Langdurigezorg.nl

Kennisbank afgeronde ondersteuningsprogramma's bij veranderingen in de langdurige zorg.

Resultaten

Zorgorganisaties, ketens, netwerken en samenwerkingsverbanden die dat zelf wilden, zijn door In voor zorg! trajectmatig ondersteund, in natura. Doel was het realiseren van toekomstbestendige zorg, waarbij reeds opgebouwde en verworven kennis  werd ingezet. In voor zorg! ondersteunde door middel van coaches de zorgorganisaties, ketens, netwerken en samenwerkingsverbanden bij het tot stand brengen van transities. De trajecten bestonden uit verschillende fases, te weten: intake, scan, opstellen plan van aanpak, uitvoering en evaluatie. De In voor zorg-trajecten werkten aan transitie op een van de vier hoofdthema’s: Bedrijfsvoering, Ruimte voor professionals, Samenwerken en Zorg op afstand (later: Technologie). Ook hebben er organisaties in het sociale domein deelgenomen (thema Welzijn).

Er zijn drie typen resultaten zichtbaar:
1) resultaten op het terrein van cultuur- en gedragsveranderingen (beweging op gang brengen)
2) harde feitelijke resultaten (meer met minder)
3) resultaten op het terrein van kwaliteit van zorg

Er is een brede beweging tot stand gekomen. Er heeft een cultuurverandering plaatsgevonden. Organisaties zijn uitdagingen meer proactief aangegaan en hebben laten zien dat veranderen kan. Vanuit een analyse van vergelijkbare resultaten van ruim een derde van de trajecten, komt het volgende beeld naar voren per thema.

Resultaten Bedrijfsvoering

Organisaties werkten efficiënter en meer vraaggericht door het kantelen van bedrijfsprocessen, van controleren naar faciliteren van het primaire proces. Dit leidde onder andere tot minder administratieve lasten en overhead, bijvoorbeeld door minder management. Overheadkosten  daalden tussen de 27% en 50% binnen 1,5 jaar. De doelmatigheidswinst liet een stijging zien van 5%-15% in 1,5 jaar bij een gelijkblijvende  kwaliteit van zorg. Dit percentage bestaat uit onder andere meer productie, minder verspilling en regeldruk, meer normverantwoorde zorg en  minder inzet van medewerkers.

We zagen een beweging in het primaire proces waarbij gestreefd werd naar meer directe uren in verhouding tot het aantal indirecte uren. Ook kwam het primaire proces meer centraal te staan en nam de productiviteit toe, omdat het contact met de cliënt efficiënter werd ingericht. Zo  zagen we dat het organisaties lukte om de tijd voor het opstellen van een zorgleefplan substantieel terug te brengen naar 6 weken en soms zelfs tot minder dan 35 dagen. Het bleek haalbaar om directe cliënttijd tot 80% te verhogen. Verminderde regeldruk en minder administratieve lasten voor de professional maakten het mogelijk om binnen 1,5 jaar meer cliënten te ondersteunen en/of tot meer face-to-face contact met cliënten te komen. Ook zagen wij een hogere medewerkers- en klanttevredenheid.

Personeelskosten daalden door een lager ziekteverzuim, inzet van vrijwilligers en het sociale netwerk van de cliënt, en door ontslagen. Bij de  organisaties die ervoor kozen om het aandeel informele zorg uit te breiden, bleek het haalbaar om de rol van familie en het sociale netwerk van de cliënt in de zorgverlening met 22% te laten toenemen binnen 1,5 jaar.

Organisaties sloten intramurale locaties en realiseerden minder complexe zorg dichter bij de mensen in de wijk (meer decentrale, extramurale zorg voor zorgzwaartepakket (zzp) 1 t/m 4). We zagen dat 20% meer extramurale dienstverlening in 1,5 jaar haalbaar is.

In In voor zorg-trajecten is minder verspilling gerealiseerd. Organisaties werkten doeltreffender, door een betere aansluiting van zorg en zzp-indicatie. Het bleek haalbaar om 42,6% minder afwijking te hebben op een zzp-indicatie.

Resultaten Ruimte voor professionals

Over het geheel zagen we een toenemende medewerkerstevredenheid, tussen de 7,2 en 8,4. Medewerkers ervoeren meer werkplezier door onder andere meer regelruimte en verantwoordelijkheden door het werken in een klein zelfstandig team. In ziekteverzuim zagen we een dalende trend, met een bandbreedte van 15%-46%, behaald binnen 6 maanden tot een jaar. Een uitschieter was een zorgorganisatie die een daling van het ziekteverzuim van 75% realiseerde.

76% tot 100% van de cliënten van 6 organisaties heeft een actueel zorgleefplan, opgesteld volgens normverantwoorde zorg en passend binnen de zzp-systematiek. Voorheen was dit soms maar 5% tot 8%. Daarnaast bleek het mogelijk om tot een zorgleefplan te komen in 77% minder tijd.

Het invoeren van zelfsturende teams resulteerde vaak in een afname van de overhead in organisaties van een paar procent (1%-10%) tot 60% en een productiviteitsstijging (6%-25%). Daarnaast werd er structureel bespaard door slimmer te werken, minder overleg en minder administratie.  Zo bespaarde een deelnemende zorgorganisatie € 450.000 op een jaaromzet van € 7,9 miljoen, een besparing van ongeveer 19.000 mensuren.
Medewerkers droegen bij aan een productiviteitsstijging door het nemen van meer eigen verantwoordelijkheid.

Professionals maakten een omslag van zorgen voor naar zorgen dat. Bij het ontwikkelen van meer cliëntgericht gedrag door medewerkers, bleek het in 1,5 jaar haalbaar te zijn dat 15% tot 50% meer cliënten dan voorheen konden meebeslissen over zorg, zelf hun momenten konden kiezen waarop zorg geleverd wordt en zich konden redden met thuiszorg. Ook zag de cliënt minder verschillende hulpverleners en ervoer dat als prettig. Daarnaast zagen we een toename van de cliënttevredenheid wat betreft mate van invloed, persoonlijke aandacht en de mate waarin naar hun wensen werd geluisterd. De scores lagen volgens de CQ-meting tussen de 7,7 en 9,1. Daarnaast ontwikkelden een aantal zorgorganisaties eigen meetinstrumenten om cliënt- en medewerkerstevredenheid in kaart te brengen.

In verschillende In voor zorg-trajecten is het sociale netwerk van cliënten vergroot, de betrokkenheid van het sociale netwerk verhoogd en nam de zelfredzaamheid en eigen regie van bewoners toe.

Ook heeft de kwaliteit van zorg een impuls gekregen, onder andere door te sturen op de capaciteitsverdeling, te werken in kleinere teams, een andere verdeling van deskundigheden in de teams en het verhogen van het deskundigheidsniveau van de zorgmedewerkers. Daarnaast is bij een aantal organisaties het vermogen tot leren en ontwikkelen toegenomen, onder andere door scholing (via bijvoorbeeld e-learning), dialoog en reflectie.

Een aantal organisaties hebben hun visie doorontwikkeld en vertaald in een strategienotitie en uitvoeringsplan. Ook is de zichtbaarheid van de organisaties, bijvoorbeeld in wijkverband, verbeterd en is de lokale verbondenheid versterkt.

Resultaten Technologie

In het thema technologie is gewerkt aan implementatie van technologie, zoals beeldschermzorg, domotica en leefstijlmonitoring via internet.  Door het gebruik van beeldzorg zijn van een aantal zorgorganisaties de reiskosten met ten minste 17% verminderd (bandbreedte: 17%-34%). Ook  reistijd verminderde met ten minste 16% (bandbreedte: 16%-32%). Er werden meer cliënten per professional geholpen door de inzet van technologie. We zagen in een aantal gevallen dat indirecte tijd met 18% afnam ten bate van directe tijd voor de cliënt. Door zorg op afstand vond substitutie plaats van fysieke naar digitale begeleiding van cliënten. Binnen 1,5 jaar bleek het voor een aantal deelnemers haalbaar om tot een besparing van 26% op arbeidskosten te komen, 16% vermindering van het totale aantal fte’s te realiseren en 14% van zorg digitaal te leveren.

Veel organisaties die zorg op afstand invoerden rapporteerden toename van zelfredzaamheid bij cliënten – meer dan eens werd dit door ongeveer 80% van de cliënten ook zo ervaren – en langer veilig en zelfstandig thuis kunnen blijven wonen. Het sociale netwerk werd meer betrokken, omdat het makkelijker werd om contact te leggen. De familie was daardoor beter geïnformeerd over het leven van hun naaste. Eenzaamheid verminderde hierdoor en cliënten ervoeren meer rust en vrijheid om de dag zelf in te delen.

Bij de onderzochte organisaties ervoeren cliënten en medewerkers door de inzet van technologie een stijging van de kwaliteit van zorg en leven. 86% van de cliënten kon een toenemende kwaliteit van zorg ervaren binnen 1,5 jaar. Medewerkers rapporteerden toenemende eigen regelruimte. We zagen binnen een aantal In voor zorg-trajecten dat 90% van de familie en cliënten beeldbellen aanbeveelt aan anderen.

Het gebruik van slimme optische sensoren liet zien dat er op slechts 22% tot 23% van de alarmen gereageerd hoefde te worden. Dit betekende een afname van reacties op alarmen van meer dan 75%.

Resultaten Samenwerken

Binnen het thema Samenwerken is gewerkt aan het ontdubbelen van bedrijfsvoering. In veel ketens zagen we 50% minder overleguren na 1,5  jaar door het integreren van zorg voor de cliënt en het lokaal samen optrekken in wijken. Belangrijke stappen waren duidelijke afspraken over  juridische zaken, gezamenlijke budgetten, jaarplannen en de inzet van personeel. In veel In voor zorg-trajecten hebben zorgorganisaties  intensiever contact gelegd met gemeenten. Binnen de samenwerkingsverbanden is meer kennis gedeeld tussen organisaties en medewerkers.

Binnen het thema Samenwerken hebben In voor zorg-trajecten geleid tot het ontwikkelen van een gemeenschappelijke visie en gezamenlijke dienstenportfolio’s en zorgconcepten binnen het kader van de nieuwe Wmo. Deze zijn in een aantal gevallen tot stand gekomen in samenspraak  met cliënten en inwoners.

Ketenzorg en samenwerkingsverbanden versterkten de signaleringsfunctie voor kwetsbare groepen. Dit leidde tot meer preventief werken.  Daarnaast werd er een vernieuwd en kwalitatief beter aanbod gerealiseerd. Het uiteindelijke doel was dat minder cliënten te vroeg zware,  formele zorg ontvingen. In een aantal trajecten was een afname zichtbaar van opname, ontvingen meer cliënten zorg aan huis en sloot die zorg  beter aan bij de behoefte van de cliënt.

Samenwerkingspartners stemden zorg onderling beter af, waardoor cliënten sneller konden worden geholpen. Binnen 1,5 jaar konden wachttijden worden teruggebracht tot 10 dagen, in plaats van 3-4 maanden.

Documenten

In voor zorg!

433 (zorg)organisaties hebben binnen In voor zorg! van 2009 tot 2017 gewerkt aan het (her)inrichten van werkprocessen in een veranderende omgeving.

Meer over dit programma