Langdurigezorg.nl

Kennisbank afgeronde ondersteuningsprogramma's bij veranderingen in de langdurige zorg.

Verslag transitiebijeenkomst Enschede (19 juni 2014)

Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) organiseerde in mei en juni 2014 in samenwerking met veldpartijen regionale transitiebijeenkomsten over de Hervorming langdurige zorg. Op 19 juni vond de bijeenkomst in Enschede plaats.

Praktijkvoorbeeld

Zorgverzekeraars en gemeenten moeten nauw gaan samenwerken in wijken. Daarbij spelen vragen als: wat willen we bereiken en hoe regelen we dat? In een experiment in Enschede komt alle zorg en ondersteuning per cliënt uit één potje.

‘Wij hebben voor een aantal wijken in kaart gebracht hoeveel zorg er naartoe gaat: vanuit de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ), Zorgverzekeringswet (Zvw) en gemeenten. En daarvan schrikken wij’, zegt Ria Stegehuis, directeur zorg van Menzis. Zij vertelt tijdens de regionale transitiebijeenkomst in Enschede over de voorbereidingen op alle veranderingen in de langdurige zorg. ‘Wij kijken graag met gemeenten hoe we de middelen effectiever kunnen inzetten. We denken dat de gemeente soms eerder dubbelingen ziet, doordat ze dichter op de burger zit.’

Menzis heeft met gemeenten uitgezocht hoeveel zorgvragers te maken krijgen met de veranderingen. In de regio Arnhem bijvoorbeeld zijn er op dit moment 50.000 AWBZ-cliënten. Wanneer volgend jaar de AWBZ verdwijnt, zullen 21.000 van hen een beroep doen op de Zorgverzekeringswet, 14.000 op de Wet langdurige zorg en 16.000 op de Wet maatschappelijke ondersteuning. ‘De transitie van de langdurige zorg betekent dat mensen nu zorg krijgen en dat die straks verandert. Reden om hier heel zorgvuldig mee om te gaan’, stelt Stegehuis.

In de regio’s waar Menzis van oudsher veel verzekerden heeft en de AWBZ uitvoert, vindt momenteel druk overleg plaats. Op korte termijn moet bijvoorbeeld de positie van de wijkverpleegkundige duidelijk worden. ‘Er zijn veel verwachtingen van de schakelfunctie van de wijkverpleegkundige voor het welzijnsaspect. Elke gemeente heeft het over wijkteams en wil daar de wijkverpleegkundige aan koppelen. Dan moeten wij de boodschap brengen: er is in 2015 maar 40 miljoen euro beschikbaar. Dat is weinig geld.’

Een vraagstuk voor de wat langere termijn is de vormgeving van de beoogde ‘integrale wijkaanpak’. Oftewel samenhangende zorgverlening binnen de wijk, over de grenzen van verschillende zorgwetten heen. ‘Wat wil je bereiken? Hoe regel je dat? Wie kan wat het beste doen?’, somt Stegehuis de vragen op. De wederzijdse afhankelijkheid van zorgverzekeraars en gemeenten is daarbij een aandachtspunt. Beide financiers moeten erop kunnen rekenen dat de ander diens taken goed uitvoert. ‘Hoe zorg je ervoor dat we geen problemen op elkaar afwentelen?’ Een andere kwestie is de zorgverlening aan huis voor mensen die in de oude situatie naar een verzorgingshuis zouden zijn gegaan. ‘Wat betekent het voor gemeenten als er gebouwen leeg komen te staan?’

Menzis is betrokken bij verschillende initiatieven voor vernieuwing in de zorg, waaronder een experiment met populatiebekostiging. Over dat initiatief vertelt bestuursvoorzitter Guido van de Logt van de Twentse zorgorganisatie Livio. De proef start in drie wijken van Enschede. Het doel is dat de gezondheid van de bevolking in die wijken verbetert en dat individuele burgers tevredener zijn over de hulp die ze krijgen. De zorg moet daarnaast efficiënter worden. ‘Efficiency is dus één van de doelen. Dat is iets anders dan dat je alleen maar zegt: het moet goedkoper’, zegt de bestuurder.

De deelnemende organisaties declareren in de proef een vast percentage van het aantal uren zorg dat een cliënt volgens de indicatie mag krijgen. Dat geld leggen zij elkaar: ‘Zo krijg je één potje per burger.’ Het samengevoegde budget maakt in de drie proefwijken een integraal team mogelijk dat naar elke klant kijkt. De teams omvatten alle disciplines, waaronder de geestelijke gezondheidszorg, verstandelijkgehandicaptenzorg, en verpleegkundige en desgewenst een specialist ouderengeneeskunde. Zij stellen in overleg met de zorgvrager een individueel arrangement samen en laten dit toetsen door een onafhankelijk ‘schaduwteam’ uit andere organisaties.

De gemeente en zorgverzekeraar lopen geen financieel risico met de aanpak. Van de Logt: ‘Als er geld overblijft, dekken wij daarmee eerst de projectkosten, onder meer voor de dubbele registratie die we moeten bijhouden. De rest geven we terug aan de gemeente of de verzekeraar. Blijft er geen geld over, dan zijn de kosten voor ons. Maar wij denken dat het goedkoper kan als je voorzieningen bij elkaar brengt die nu los van elkaar worden aangeboden. Als we daar geen vertrouwen in hadden, zouden we dit risico niet nemen.’

Evengoed steken de betrokken zorgorganisaties hun nek uit. Minder ‘dubbele’ zorg leveren betekent immers ook minder omzet. De partners hebben iets bedacht om deze dreiging binnen de perken te houden. ‘Het concurrentiemodel werkt hier niet. Als iedereen het risico loopt zijn omzet te verliezen, komt er niets van de grond’, zegt Van de Logt. De oplossing in Enschede is ‘geregelde competitie’. Cliënten kunnen waar mogelijk terecht bij hun voorkeursaanbieder, maar niet als een andere organisatie daardoor op korte termijn zoveel omzet verliest dat deze acuut moet reorganiseren. ‘Op deze manier kun je samen bekijken hoe de zorg goedkoper kan, zonder dat je daardoor meteen wordt bedreigd. Mocht het structureel zo zijn dat alle klanten liever organisatie X dan zorgorganisatie Y willen, dan hevelt organisatie Y na een jaar haar capaciteit over’, legt de zorgbestuurder uit.

Het experiment heeft een moeizame aanloop gekend, waar Van de Logt met smaak over vertelt. ‘Ik werk pas een half jaar bij Livio, dus ik kon met de blik van een buitenstaander naar het project kijken. Er zaten 11 partijen aan tafel met verschillende inzichten en al dan niet verborgen doelstellingen. De één zag efficiency als doelstelling, de ander kwaliteit. Aanbieders van zorg die volledig overgaat naar de Wmo, voelden veel meer tijdsdruk dan andere. Er waren onuitgesproken positieverschillen. En de projectopzet was: polderen, polderen en polderen. Niks mis met het zoeken naar consensus, maar met 11 aanbieders en zonder dat iemand de regie heeft, wordt dat moeilijk.’

Naast de problemen met commitment en projectregie waren er technische hobbels, zoals administratieve kwesties en de diverse wettelijke regimes in de zorg. Maar, zegt de Livio-bestuurder: ‘Gelukkig was iedereen het over één ding eens, namelijk dat het geld in de zorg opraakt. Dus op een gegeven moment hebben we gezegd: zo gaat het project niet langer. We hebben toen besloten een kleine regiegroep te vormen en te beginnen met één wijk en maximaal 5 aanbieders. Populatiebekostiging betekent niet dat je alle burgers vanaf het begin van de pilot erbij moet hebben. Statistisch gezien is 30 procent genoeg om uit te proberen of één budget per burger werkt. We laten dat onderzoeken door een wetenschappelijk bureau. Aanbieders die actief willen zijn in de wijk, zitten aan de besluitvormingstafel. De anderen mogen luisteren en leren van onze blunders.’

Meer informatie

› bekijk alle 21 artikelen over Hervorming langdurige zorg

Hervorming Langdurige Zorg

Via Hervorminglangdurigezorg.nl is de sector langdurige zorg in 2014 en 2015 geïnformeerd over de hervorming langdurige zorg.

Meer over dit programma