Langdurigezorg.nl

Kennisbank afgeronde ondersteuningsprogramma's bij veranderingen in de langdurige zorg.

Martijn Verbeek: ‘Vernieuwing en kwaliteit in de hervorming langdurige zorg’

Martijn Verbeek, directeur Langdurige zorg van het ministerie van VWS, licht zijn visie op de hervorming langdurige zorg toe.

‘De Nederlanders moeten zich ervan bewust worden hoe ze de laatste jaren van hun leven willen inrichten. Dat kunnen ze het beste doen als ze nog gezond zijn.’ Dit zegt Martijn Verbeek, directeur Langdurige Zorg bij het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS).

Verbeek: ‘Statistisch gezien lopen velen van ons de kans dement te worden. Als jou dat overkomt, dan is het te laat om nog iets te regelen. Je moet er dus eerder bij zijn. Dit thema is een taboe. Een moeilijk onderwerp. Maar we moeten het wel aankaarten.’

Thuis wonen, tenzij…

Langdurige zorg in een instelling is straks uitsluitend bestemd voor mensen met een zware zorgbehoefte. Mensen die thuis niet meer kunnen worden geholpen met ondersteuning of wijkverpleging worden in een verpleeghuis geholpen, dus intramuraal. ‘Intussen vergeten we dat er een wereld van verschil zit tussen zo’n instelling en thuis. Tussen mensen die zware zorg nodig hebben en hen die minder zware zorg nodig hebben.’

Andere woonvormen

Wat hem betreft is het woord intramuraal langzamerhand achterhaald. ‘Gelukkig ontstaan er allerlei andere woonvormen. Eerst had je aanleunwoningen, nu geclusterde woningen en kleinschalige wooninitiatieven die soms privaat worden gefinancierd en soms aan de rand van een instelling staan. Als departement steunen wij deze ontwikkeling, omdat mensen zelf hun leven moeten kunnen inrichten en niet afhankelijk horen te zijn van een gebouw dat er al jaren staat.’

Wet langdurige zorg

Om deze vernieuwing mogelijk te maken, legt hij uit, is de Wet langdurige zorg gemaakt (Wlz). Die wet moet de huidige Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) vervangen. De Wlz regelt de 24-uurszorg in zorgorganisaties, maar ze biedt ook ruimte voor nieuwe initiatieven. De wet is in de Tweede Kamer in behandeling. Verbeek: ‘De Wlz biedt de mogelijkheid innovaties te verwezenlijken, doordat iedereen straks recht heeft op een eigen, persoonsgebonden budget (pgb) en op verzorging thuis.’

Ruimte voor innovatie en vernieuwing

Hoe staat het met de bekostiging van nieuwe zorginitiatieven? Verbeek: ‘Daar is een wereld te winnen.’ Hij pleit ervoor dat een zorgaanbieder die wil innoveren, maar vastloopt in het bestaande bekostigingssysteem, heldere afspraken kan maken met het zorgkantoor. ‘Voor het eerst is er een experimenteerartikel opgenomen in een wet. Dat artikel is voortgekomen uit het Experiment Regelarm. Wij gaan daarmee aan de slag, zodat innovaties en vernieuwingen de ruimte krijgen.’

Martijn Verbeek bij VWS

Voor zijn benoeming als directeur Langdurige zorg was Verbeek (41) waarnemend directeur en duo-projectleider Hervorming Langdurige Zorg bij het ministerie van VWS. Eerder was hij afdelingshoofd Sturing, Financiering en Informatievoorziening bij de directie Langdurige Zorg. Hij begon in 2000 bij VWS en werkte aanvankelijk bij de directies Financiële Economische Zaken, Jeugdzorg en de directie CZ. Daarvoor was hij consultant bij Ernst&Young.

Martijn Verbeek komt uit Den Haag. ‘Uit een kalm middenstandsgezin,’ zegt hij zelf. Zijn vader was fysiotherapeut, zijn moeder werkte in een ziekenhuis. Thuis leerde hij dat je met iedereen moet kunnen omgaan. ‘Ik zeg iemand uit Wassenaar-Zuid even makkelijk gedag als de glazenwasser of de conciërge.’ Hij houdt van de stad, ‘Ik heb er een band mee en heb op elke hoek herinneringen.’ Hij bezocht het Vrijzinnig-Christelijk Lyceum, het Eerste VCL. De abstracte vakken lagen hem niet. ‘Op IQ-intelligentie was ik gemiddeld. Niets bijzonders. Ik haak af, als het over formules gaat of over de logica van de zwaartekracht.’

De juiste vragen stellen

Wat gaat hem goed af? ‘Ik kan de juiste vragen stellen aan mensen die ergens verstand van hebben.’ Geef hem een Excel-sheet en hij haalt eruit welke keuzes waar zijn gemaakt. ‘Dat is belangrijk in beleidsprocessen: je moet doorvragen op de impliciete keuzes.’ Goed opletten, uit gezichten aflezen of mensen menen wat ze zeggen. ‘Op het moment dat iemand midden in een zin stopt, denk ik: “Wacht even. Interessant.” Zo’n bijzinnetje, daar ga ik op door. En het dan benoemen. Ik ben over mijn schroom heen dingen te benoemen. Daar is het leven te kort voor.’

Hij studeerde bestuurskunde aan de Rijksuniversiteit Leiden. Waarom hij ambtenaar is geworden? ‘Omdat ik de ambitie heb problemen en uitdagingen die we in de samenleving tegenkomen voor de toekomst te helpen beïnvloeden. Uiteraard in het licht van de politieke opdracht die er ligt.’ De gebrekkige mens in zijn omgeving: dat fascineert hem. Het heeft te maken met zijn humanistisch getinte visie op de wereld, zonder dat hij daar al te filosofisch over wil doen, laat staan dat hij er een politieke ideologie aan verbindt.

Martijn Verbeek heeft oog voor mensen die het minder hebben dan hijzelf. Daarom is zijn passie in zijn huidige baan ‘het zo goed mogelijk te regelen voor mensen die langdurig, dagelijks, in hun leven met een beperking moeten omgaan.’ Regelmatig bezoekt hij instellingen, ‘al is het altijd te weinig,’ geeft hij toe. ‘Ja, de hervorming van de langdurige zorg raakt mensen. Er staat echt iets te gebeuren. Het is een uitdaging om dat in goede banen te leiden, waarbij je én nieuwe doelstellingen hebt én goed moet uitkijken wat mensen in hun leven hebben meegemaakt.’

Wat is in zijn ogen de kern van de hervorming? ‘Nederland verandert. En de maatschappij verandert. Maar de zorg verandert niet snel genoeg met de maatschappij mee. Dat leidt tot problemen. Bijvoorbeeld dat de kwaliteit van zorg niet voldoende is – hoe goed en hard er vaak ook wordt gewerkt.’

Meer zelf doen

Verbeek: ‘In die veranderende maatschappij, zeggen wij, kun je niet meer alles verzekeren en aan de overheid overlaten. Je moet meer zelf doen. Bovendien lopen de kosten op, want als de maatschappij verandert en de zorg niet mee verandert, dan leidt het tot inefficiënte en dure zorg. Dat houdt het Nederlandse huishoudboekje niet vol. Als we nu niets doen, besteden we straks 40-50% van ons salaris aan zorg. Dat gaat ten koste van schoolboeken, van wonen, eten, energie en vakantie.’

De transitie in de langdurige zorg lijkt van bovenaf te zijn bedacht door beleidsmakers; is er voldoende steun in de samenleving? ‘De basis of mensen elkaar willen helpen of solidair zijn, is niet breder of smaller dan 15 jaar geleden. En jongeren zijn niet minder solidair dan mijn generatie. Ik ken veel mensen die voor hun opa, oma, vader of moeder willen zorgen. Maar ze vinden de manier waarop de zorg is georganiseerd niet meer passend.’

Hoe dat komt? ‘Als samenleving hebben wij alles georganiseerd in instituties met een middenveld waar jongeren niet meer in geloven. Er is een vacuüm ontstaan. Dus moeten we anders gaan denken. Die omslag moeten we maken. Door het middenveld te vragen: “Doe het eens anders.” En onszelf voor te houden: ‘Wat gaan we er met zijn allen aan doen”?’

Kwaliteit in de langdurige zorg

Verbeek schuift zijn stoel achteruit: ‘Kwaliteit. Kwaliteit. Kwaliteit. Daar draait het in de langdurige zorg in toenemende mate om. Kwaliteit wordt ons speerpunt. Mensen willen best innoveren. Ze kunnen het ook. Maar ze worden teveel tegengehouden door bestaande instituties, regelgeving, etcetera. Daarom worden er nu al allemaal maatregelen genomen, stellen we koplopers als voorbeeld, wordt innovatie gestimuleerd en werken we eraan de regeldruk te verminderen.’

Een voorbeeld. ‘Laatst wilde een instelling Wi-Fi op alle locaties hebben. Dan kunnen de medewerkers, beveiligd, makkelijker met elkaar communiceren. “Dan komen de kleinkinderen misschien langs,” was een argument.’ Prompt werd er gevraagd hoe de investeringskosten moesten worden terugverdiend. ‘Als een gemiddelde McDonald’s Wi-Fi kan hebben, waarom kan een verzorgingshuis dat dan niet?’

Erbij horen

Zijn ervaring is dat de koplopers de juiste richting zijn ingeslagen. Hij noemt De Vierstroom, Opella, We Helpen en Droom, een horeca-onderneming in Elst, opgezet met het primaire doel om mensen met een beperking aan een baan te helpen. ‘Belangrijk voor die mensen. Zij krijgen het gevoel ertoe te doen. Participeren betekent: “Ik hoor erbij.” Mensen willen erbij horen. Gewoon werk hebben. Onafhankelijk zijn.’

Kwaliteit garanderen

Kwaliteit dient te worden gegarandeerd: moet bijvoorbeeld de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) de kwaliteit  − speerpunt van beleid − beter bewaken door harder op te treden? ‘Toezicht kent altijd 2 functies. Ik vind dat we doorschieten naar de tweede. De eerste functie is dat je met toezicht verbeteringen tot stand wilt brengen. Als daar geen beweging in zit, heb je de verantwoordelijkheid tegenover de bewoners van een instelling te zeggen: “En nu is het genoeg.” De IGZ legt de nadruk de laatste tijd op de tweede functie. Dan komt er een aanwijzing of verscherpt toezicht. Toezicht is een deel van de oplossing. Maar niet de Heilige Graal. Dat moet het ook niet zijn, want toezicht is bestemd voor de paar procent die het niet goed doen.’

Beleving van de zorg

Zodra het om toezicht op de veiligheid in de zorg gaat, bij medicatie, brandveiligheid of hygiëne, ervaart Verbeek in al zijn gesprekken geen verschillen van inzicht. Maar als de beleving van de zorg ter sprake komt, die veel moeilijker te meten is, wordt het lastig. ‘We moeten een principiële discussie voeren over de vraag waar de verantwoordelijkheid van mensen ophoudt. Wat kun je voor een familielid doen dat niet meer thuis woont maar in een instelling zit? Wie thuis eenzaam is, is dat in een instelling ook. Dan mag een zorginstelling toch ook iets verwachten van de familie?’

Het vakmanschap van de verzorgenden lijdt onder een overdaad aan protocollisering, uniformering en specialisering, is zijn conclusie. ‘Het personeel is het goud van de zorgsector. Wij moeten deze mensen meer ruimte geven. De werkers in de zorg horen hun Fingerspitzengefühl terug te krijgen. Vaker overleggen met de familie. Kijken of iemand tijdens de lunch die dikke bruine boterhammen met kaas niet opeet, en de volgende keer voor de verandering wit brood of iets anders serveren.’ Hij is zeker niet pessimistisch, ‘want bij de goede uitzonderingen zie je al veel moois opbloeien.’

Luisteren naar klanten

Verbeek: ‘Uiteraard is er nog van alles mis in de zorg. We moeten niet alleen maar knuffelen en iedereen van alles gunnen. Wees daarom duidelijk. Geef aan welke kant het op moet. En durf te straffen. Ook voor ons ministerie is dat een cultuuromslag. Practice what you preach: Wij moeten van onszelf hetzelfde verlangen als van de zorgsector.’

De directie Langdurige Zorg worstelt spiegelbeeldig met dezelfde vragen als zorgorganisaties, constateert hij. Daarom overweegt hij met zijn hele team een In voor zorg!-traject te lopen. Bij In voor zorg!, het stimuleringsprogramma voor organisaties in de langdurige zorg, kunnen instellingen zich aanmelden en aangeven hoe ze op een nieuwe manier willen werken. ‘Natuurlijk hebben we geen bedden of cliënten met beperkingen. Maar ook wij moeten beter luisteren naar onze klanten. Van binnen naar buiten. Zelfsturende teams. Ruimte geven. Een beleidsproces ingaan zonder zekerheid te hebben hoe het afloopt. Dat vergt een andere manier van beleid maken.’

‘Wij moeten ons eigen functioneren aan dezelfde kritische blik onderwerpen als waarmee wij het veld bejegenen. Durven benoemen wat er wel of niet goed gaat. Want ook bij ons draait het erom of wij klaar zijn voor de toekomst.’

Interview door Willem Wansink.

› bekijk alle 21 artikelen over Hervorming langdurige zorg

Hervorming Langdurige Zorg

Via Hervorminglangdurigezorg.nl is de sector langdurige zorg in 2014 en 2015 geïnformeerd over de hervorming langdurige zorg.

Meer over dit programma