Langdurigezorg.nl

Kennisbank afgeronde ondersteuningsprogramma's bij veranderingen in de langdurige zorg.

Verslag Wlz-congres 9 maart 2015: De Wlz moet een basis voor vernieuwingen zijn

Wat is het doel van de Wet langdurige zorg (Wlz)? En waarin verschilt de Wlz van de oude AWBZ? En wat houdt de Wlz eigenlijk in? Op het congres Invoering Wet langdurige zorg op 9 maart 2015 gaven Martin Holling en Sanne Lubbers, respectievelijk projectmanager en projectleider Wlz bij het ministerie van VWS, antwoord op deze en andere vragen tijdens de presentatie Totaalbeeld Wlz. Gevolgd door een blik op de toekomst. ‘De Wlz moet een basis voor vernieuwingen zijn.’

Martin Holling

‘Waarom hebben we de AWBZ niet gewoon vernieuwd?’, opent Martin Holling de presentatie. Hij legt uit dat de AWBZ uit 1968 stamt en dat er tot halverwege 2000 steeds toevoegingen aan de wet zijn gedaan. Totdat de wet uit zijn voegen barstte en er juist brokjes zijn afgehaald. Zoals de hulp in de huishouding, die overging naar de Wmo. ‘Uiteindelijk bleek een nieuwe wet toch onontkoombaar. Maatschappelijke trends, zoals de groeiende behoefte om in de eigen omgeving te blijven wonen, maakten een totale omslag nodig. Delen van de AWBZ zijn overgegaan naar de Wmo, Jeugdwet en Zorgverzekeringswet, waarna de Wlz overbleef: een wet bestemd voor mensen met een blijvende behoefte aan 24-uurszorg en permanent toezicht in de nabijheid.’ Minstens zo belangrijk is de andere focus die de Wlz kenmerkt, aldus Holling. ‘In plaats van naar beperkingen kijken we naar mogelijkheden en in plaats van “mankementen” te repareren, voegen we waarde toe.’

Sanne Lubbers

In vogelvlucht

Sanne Lubbers neemt de aanwezigen vervolgens in vogelvlucht mee langs de Wlz. Ze vertelt dat het verzekerde pakket vergelijkbaar is met de AWBZ. Met uitzondering van een paar diensten, zoals mobiliteitshulpmiddelen en woningaanpassingen, die naar de Wlz zijn overgeheveld. ‘Maar pas vanaf 2016. De Wlz is zo laat aangenomen dat zorgkantoren voor 2015 de nodige voorbereidingen niet meer konden treffen.’ De toegang tot de Wlz is scherper dan onder de AWBZ. ‘In de Wlz zijn zorginhoudelijke criteria opgenomen. Dit geeft houvast aan cliënten en maakt de wet toekomstbestendiger.’ Het Centrum indicatiestelling zorg (CIZ) blijft verantwoordelijk voor de indicatiestelling. ‘Het CIZ bepaalt de aard, inhoud en globale omvang van de zorg – omschreven in zorgprofielen –, maar nadrukkelijk niet de uren. De aanbieder en de cliënt geven vervolgens invulling aan de specifieke situatie van de cliënt.’ Niet onbelangrijk: de indicatiebesluiten hebben een onbeperkte geldigheid, met uitzonderingen van indicaties SGLVG, LVG en GGZ-B. Die zijn 3 jaar geldig.

Wlz-indiceerbaren

Achtereenvolgens besteedt Lubbers aandacht aan de flexibiliteit van de wet (de zorg kan in een instelling en thuis worden geleverd, in natura of met een pgb), de uitvoering (net als onder de AWBZ in handen van zorgkantoren), de bekostiging (ZZP’s blijven vooralsnog leidend) en het overgangsrecht (het uitgangspunt is ‘hebben is houden’). Ook de bijzondere groep Wlz-indiceerbaren komt aan de orde. ‘Dat zijn mensen met een extramurale indicatie die zonder interventie zouden zijn overgegaan naar de Wmo, Jeugdwet of Zorgverzekeringswet. Maar als je hun zorgbehoefte objectief bekijkt, voldoen ze aan de toegangscriteria voor de Wlz. Deze groep heeft tot 31 december 2015 recht op zorg uit de Wlz en krijgt in 2015 een herindicatie.’

presentatie totaalbeeld wlz

Doelmatig en verantwoord

Holling en Lubbers lassen een moment voor vragen in. Iemand uit de ouderenzorg merkt op dat ze de nieuwe zorgprofielen van het CIZ in de praktijk niet ziet. Holling legt uit dat het een ingroeimodel is. ‘Op termijn gaat het CIZ waarschijnlijk naar minder zorgprofielen. In de memorie van toelichting bij de Wlz is het perspectief van drie profielen geschetst: licht, midden en zwaar. Maar het is een complex vraagstuk om de huidige meer dan 50 zorgzwaartepakketten te comprimeren tot 3 profielen. Nu zijn de bestaande zorgprofielen slechts beperkt aangepast. Er staan bijvoorbeeld geen uren meer in.’ Ook voor behandeling is sprake van een ingroeimodel, antwoordt Holling op een tweede vraag. ‘In de AWBZ bestond onderscheid tussen meerdere typen behandeling. In 2015 is de situatie nog als onder de AWBZ, wat niet optimaal is. Het Zorginstituut Nederland komt met een advies.’

Veel vragen zijn er over vervoer: wanneer valt vervoer voor maatschappelijke activiteiten onder de Wlz en wanneer niet? Er bestaat angst dat het zorgkantoor en de gemeente elkaar gaan aankijken met de vraag ‘wie betaalt dit vervoer’? Lubbers geeft aan dat ze blij is met dit signaal. ‘Hier gaan we aandacht aan besteden.’ Ook verwijst ze naar de factsheet over hulpmiddelen. Die wordt aangepast en komt dan op www.hoeverandertmijnzorg.nl. Vanuit de gehandicaptenzorg komt de vraag of het klopt dat het modulair pakket thuis (mpt) maar een jaar geldig is. ‘De Wlz-indicatie is levenslang geldig’, antwoordt Sanne. ‘Maar de leveringsvorm kan inderdaad wijzigen. Een mpt is nu een jaar geldig, omdat hier nog verdere uitwerking aan wordt gegeven in lagere regelgeving. Maar ook daarna zijn de leveringsvormen mpt, pgb en vpt slechts een paar jaar geldig.’ Holling vult haar aan: ‘Dat komt omdat zorg thuis doelmatig en verantwoord moet zijn. Dat moet periodiek worden getoetst.’

Vernieuwingsagenda

Holling staat vervolgens stil bij de belangrijkste veranderingen voor cliënten, aanbieders en uitvoerders. Het blijkt dat kwaliteit, onafhankelijke cliëntondersteuning en zorg op maat bepalend zijn voor alle drie de groepen. Dan stelt hij de vraag ‘zijn we er nu of niet?’ Het antwoord is nee. ‘Gezien het tempo waarin we de veranderingen doorvoeren, is alleen de overgang al lastig. Het zou naïef zijn om te verwachten dat we gelijk alle veranderingen kunnen meenemen. 2015 is nadrukkelijk een overgangsjaar. Tegelijkertijd moet de Wlz een basis zijn voor vernieuwingen. Denk aan sturen op kwaliteit of persoonsvolgende bekostiging. De Tweede Kamer heeft gevraagd om een vernieuwingsagenda. Rond de zomer zal VWS een brief naar de Tweede Kamer sturen met daarin de contouren van de vernieuwingsagenda.’ Uit de zaal komt nog een vraag over het financiële kader, wat staat aanbieders nog te wachten? ‘In 2015 is het budget 19,5 miljard. Daarin is verwerkt dat lagere ZZP’s langzaam naar de gemeenten overgaan. Verder is het budget in 2015 niet of nauwelijks veranderd. In 2017 is er een korting van 500 miljoen euro. Dat staat zo in het regeerakkoord. VWS zoekt nu met aanbieders naar elementen die losstaan van de directe zorglevering, om daarmee de kosten te beperken.’ Holling besluit met een verwijzing naar het uitgebreide congresprogramma. ‘Dit was de Wlz in één uur. Dat is natuurlijk veel te kort. Daarom kunt u vandaag nog zoveel verdiepende workshops bijwonen.’

Verslag door: Ingrid Brons

Meer weten

› bekijk alle 21 artikelen over Hervorming langdurige zorg

Hervorming Langdurige Zorg

Via Hervorminglangdurigezorg.nl is de sector langdurige zorg in 2014 en 2015 geïnformeerd over de hervorming langdurige zorg.

Meer over dit programma